foto's
verhalen
Verhalen
 
28 oktober 2006 Sportchallenge 4: Wintertriathlon Assen Wim Bierbooms
De wintertriathlon in Assen (WTA) is het herfst onderdeel van de sportieve uitdaging, na de Alternatieve Elfsteden Tocht (winter), de Rotterdam Marathon (lente) en Limburgs Mooiste of Luik-Bastenaken-Luik (zomer). Gelukkig wordt tegenwoordig alleen de middenafstand nog georganiseerd: 10 km lopen, 50 km fietsen en tenslotte 20 km schaatsen. Die 20 km heeft de organisatie vertaald naar 54 rondjes zodat ze uitgaan dat je op de inrijbaan schaatst; op steeds de binnenbaan zou 52 rondjes genoeg zijn geweest.
Na Limburgs Mooiste blijf ik doorgaan met fietsen als voorbereiding op mijn fietsvakantie in de Vogezen. Het Nederlands echtpaar die de sportherberg aldaar runt kent de omgeving op hun duimpje zodat ze mooie routes uitgezet hebben. De bekende toppen als Col de la Schlucht, Ballon d'Alsace en Grand Ballon (waar Rabo renners Pieter Weening en Rasmussen vorig jaar in de Tour toesloegen) stellen niet zo heel veel voor. De diverse (zeer) steile binnendoortjes des te meer zodat de week uiteindelijk zwaarder wordt dan ik me vooraf had voorgesteld. Omdat ik nu toch goed in vorm ben besluit ik om mee te doen met Luik-Bastenaken-Luik op 12 augustus (voor de challenge mag je kiezen voor óf LM óf  LBL). Er wordt slecht weer voorspeld zodat ik me, zeker in de Ardennen, op het ergste voorbereid: been en armstukken aan alsook mijn regenjack en overschoentjes. Het was bij de start warempel droog en het bleef droog. In Bastenaken heb ik mijn jack maar uitgedaan; op de Wanne mijn been en armstukken opgestroopt en tijdens de Redoute scheen zelfs een (flauw) zonnetje. Daar leek het overigens meer op een wandel- dan een fietstocht. In de 234 km veel meer geklommen dan bij LM, in totaal 3600 m, maar omdat het langere klimmen zijn kun je beter in je ritme komen en haal ik een iets hoger rijdend gemidelde van 23 km/u. Normaal heb ik een aantal weken nodig om van het fietsen over te schakelen op hardlopen. Het probleem is meestal dat ik te gretig ben en bij het lopen wil profiteren van mijn goede fietsconditie; dat resulteert dan steevast na een kilometer of zo in bovenbenen die ‘op springen’ staan. Dit keer valt de overgang mee zodat ik half augustus meetrain met groep 3. Dat wordt dan pas mijn eerste kennismaking met de nieuwe trainer Koos; de tempo's blijken wat omhoog geschroeft te zijn en erger de wandelpauze's bijna afgeschaft. Het loopschema is voorlopig afgestemd op de Droomtijdloop waaraan ongeveer 12 groepsgenoten aan mee zullen doen. Naast het lopen blijf ik nu ook fietsen. In totaal zal ik als voorbereiding 7 keer 50 km rijden. Omdat ik veel meer een klimmer ben spaar ik me doorgaans op vlakke stukken. Ik moet me er nu echt toe aanzetten om ook op het vlakke snel te rijden. Ter stimulering schaf ik een opzetstuur aan maar daar kan ik maar moeilijk aan wennen, zodat ik meestal onderin de beugel hang.
Omdat het mijn eerste triathlon is heb ik behoefte aan tips over kleding, de wissels en de algemene gang van zaken. Bij de andere deelnemers van de sportchallenge zit warempel een triathlon topper die meestrijd om de ereprijzen: Rober Beute (vorig jaar 5e). Van hem krijg ik vele waardevolle tips. Ook het reglement bekijk ik grondig. Stayeren is bij het fietsen verboden en je dient je helm al op te hebben voordat je je racefiets uit het rek haalt (en na afloop pas af te zetten nadat je je fiets teruggezet hebt). Verder mag je in het ‘parc fermee’, waar alle fietsen op nummer staan, niet fietsen. Er zijn ook een aantal bepalingen waarbij je afvraagt hoe die er ooit in gekomen zijn: bij het lopen is het verboden om te kruipen en glazen bidons zijn niet toegestaan!
Ik heb geluk dat ik vanaf eind september kan schaatsen op de Uithof, want de meeste andere 400 banen gaan pas weken later open. Het eerste weekend blijkt het wennen om weer op schaatsen te staan en is het ook veel te warm. Vanaf oktober heb ik 's woensdags schaatsles en na de dweilpauze test ik me steeds op de 54 rondjes (in totaal 7 keer). Omdat het bij het triathlon natuurlijk ook gaat om het wisselen van onderdeel doe ik dat een paar keer: o.a. na een Kopjesloop ben ik doorgelopen naar huis om aansluitend te fietsen. De overgang valt me mee en de relaxte wissel doe ik in ongeveer 5 min. Ook de overgang fietsen en schaatsen heb ik vooraf geprobeerd. 's Woendags tevoren mijn schaatsen en wat kleren in een kluisje gestopt. Het is de betreffende ochtend vrij stevige tot stormachtige wind. Mijn tocht richting de Uithof voert me eerst richting Hoek van Holland. Langs de Nieuwe Waterweg heb ik de wind vol tegen en geeft mijn tellertje slechts 18 km/u aan; daar wordt je niet vrolijk van. De wissel duurt zo'n 7 min. Dit keer is de overgang minder soepel en al bij de eerste bocht op de ijsbaan voel ik mijn benen. Tijdens de laatste rondjes schaats ik in de bochten met trillende benen en wat knikkende enkels. Ik besluit daarom niet mijn Noren maar m'n ‘klunschaatsen’ (net als op de Weissensee) te gaan gebruiken. Dat heeft ook als voordeel dat je op de bijbehorende schoenen naar de schaatsbaan kunt lopen. Verder heb ik met Noren dat ik na een paar rondjes mijn veters strakker moet aantrekken, wat natuurlijk veel tijd vergt.
De wintertriathlon vindt plaats op zaterdag 28 oktober. Bladerend in mijn agenda van vorig jaar realiseer ik dat ik toen snip verkouden was (en niet mee kon doen met de halve van Monster). Oeps, vanaf nu maar veel fruit eten en zorgen dat ik niet geblesseerd raak. Voor alle zekerheid ook mijn racefiets weggebracht voor een servicebeurt en mijn schaatsen laten slijpen. Twee weken vantevoren doe ik een ‘generale repetitie’. Een hardlooprondje rond mij thuis langs 't Woudt en toen naar de Uithof gefietst. Daar is het even schrikken als ik clowns zie rondlopen, het blijkt open dag te zijn. Op de ijsbaan valt het met de drukte gelukkig mee al geeft Barbara de Loor demonstratie trainingen voor de jeugd. Ik kom uit op 3:53, op zich natuurlijk mooi (binnen de 4 uur wat de limiet is voor de WTA), maar aan de andere kant blijkt dat ik weinig marge heb (voor lekke banden of valpartijen). Als mijn tussentijden tijdens de WTA kritisch worden zal ik over moeten gaan op snellere wissels. De laatste week train ik niet veel meer en test mijn kleding die ik van plan ben aan te trekken. Een typische triathlon accesoire, te weten een elastisch band voor het nummer (bij het lopen op de borst, bij het fietsen op je rug en tijdens het schaatsen op je rechter dij) vind ik niet lekker zitten bij het fietsen en ik hou het daarom maar bij sluitspelden. Omdat de WTA het slot is van de challenge lijkt het me erg gepast om te lopen in het shirt van de Rotterdam Marathon, te fietsen in het shirt van LM (met LBL sokken) en bij het schaatsen een Weissensee muts op.
Vrijdagavond verken ik in Assen de ijsbaan ‘de Smelt’ al. Bij de tribunes is er middenin een vreemd plateau. Een week later zitten daar de analysisten van Studio Sport tijdens het NK afstanden. In het uitgebreide complex zit beneden restaurant ‘Plaza Mexicana’ met een flink vloeroppervlak waar nu in plaats van ronde tafels zo'n 700 - 800 klapstoeltjes (1 voor elke deelnemer) staan voor de diverse WTA onderdelen: NK sprint, NK en recreanten/teams. Via hekken zijn de onderdelen van elkaar gescheiden en de looproute's aangegeven. Omdat de klapstoeltjes tegen elkaar staan (links rechts en van achter) is er maar weinig ruimte voor al je spullen.
Zaterdag is het met zo'n 14oC en weinig wind ideaal weer. Nadat mijn fiets en helm zijn gecontroleerd kan ik die wegzetten in de rekken en ben ik net op tijd om de start van het NK te zien. Ik start bij de recreanten 2 uur later zodat ik rustig naar de inschrijving kan om de nummers op te halen en de transponder. In de grote hal beneden zet ik alles zo overzichtelijk mogelijk klaar (fiets en schaatskleding in aparte plastic zakken) en speld  alle nummers op. Ik heb het geluk net op een plek te zitten bij een dranghek zodat ik mijn rugzak daartegen kan zetten. Plotseling rent er iemand snel door de hal heen richting ijsbaan: de nummer 1 bij de sprintafstand. Ik maak eindelijk kennis met een paar mede challengers. Vlak voor de start bij het lopen zie ik nog net de eerste twee bij het NK van fiets wisselen. Het lopen gaat goed en sneller dan verwacht, ik hou mijn hartslag onder de 155. Het traject, bestaande uit 2 rondjes, gaat via het Asserbos om het hertenkamp heen en via een woonwijk terug naar de hal.
Foto: Ties Blaauw
Foto: Ties Blaauw
Bij het eind van het 2e rondje lopen er deelnemers met erg grote bekers langs de kant. De huldiging van de sprintafstand heeft kennelijk al plaatsgevonden. Het laatste stuk van het lopen is erg leuk bedacht: pal langs de ijsbaan (tussen de boarding en de tribunes) waar net de NK deelnemers hun rondjes aan het draaien zijn. Via een doorgang die normaal aan de dweilmachines is voorbehouden gaan we de hal weer binnen en via een lusje komen we over de mat van de tijdwaarneming. De NK toppers hebben tijdens de wedstrijd een pak aan en wisselen niet van kleding, hooguit trekken ze een jasje aan bij het fietsen. Ook een supersnelle wissel met fietsschoentjes al in de pedalen is niet aan mij besteed. Ik doe, als recreant, ‘rustig’ een droog zweetshirt aan plus fietsshirt, mouwtjes en handschoentjes waarna ik richting ‘parc fermee’ kan. Ondertussen drink ik een pakje energiedrank. Het fietsen gaat ook goed zeker omdat je nu constant fietsers voor je hebt zodat je je daaraan kunt optrekken. Om Assen uit te rijden is het veel draaien en keren op af en toe hobbelige klinkers. Daarna zijn het mooie wegen door het Drentse landschap zodat de eerste ronde van 25 km er voor mijn gevoel vlug op zit. Vrij snel komt een motor met fietser mij tegemoet (estafette deelnemer), zodat ik net niet gedubbeld ben.
Onderweg blijkt het voor de jury lastig om al het stayeren uit te bannen. De wegen zijn overigens niet afgezet (ook niet bij het NK) maar op alle kruisingen staan seingevers. Terug bij het parc fermee blijkt het stukje lopen vies tegen te vallen vanwege wat stroeve spieren in mijn achterste. Ik doe beenstukken aan en schoenen en drink weer een pakje energiedrank. Vanaf de hal gaat het via ‘een cafestraat’ naar de schaatsbaan; heb ik toch een soort doorgang a la Café Vlaanderen. Langs de ijsbaan klik ik mijn schaatsen onder, trek de verplichte handschoenen aan en hang ik mijn Koplopersjack over de boarding, voor het geval ik het koud krijg. Ook de eerste rondjes schaatsen gaan niet zo lekker vanwege mijn protesterende bilspieren. Het ijs is verrassend goed, al staat er wel een laagje water op de baan. In het begin is het vrij hectisch door de vele rijders met verschillende snelheden maar dat wordt beter omdat er natuurlijk steeds deelnemers finishen. Op een groot bord worden de eerste 15 deelnemers met hun aantal ronden weergegeven; de finishers gaan daar automatisch van af zodat je vanzelf een keer op het bord komt te staan.
Foto: Meijco van Velzen
Foto: Meijco van Velzen
Halverwege kan ik het me permiteren om even te stoppen om iets te drinken te nemen bij de verzorging langs de baan. Het laatste stuk kan ik relaxed uitschaatsen in een groepje met een lekker tempo; op glij ijs is schaatsen een feest. In de laatste ronde zet ik de Weissensee muts op en ik finish in 3:27 (46 min. lopen, 1:39 fietsen en 48 min schaatsen plus 14 min wissels). Daarna is het transponder inleveren, t-shirt ontvangen, snel douchen, al je spullen bij elkaar zoeken, je fiets uit het parc fermee en op naar de huldiging. Jazeker, Hugo Aalders heeft als voorzitter van de sportchallenge organisatie een heuse huldiging geregeld met niemand minder dan Henk Gemser. Tijdens zijn toespraak bekend hij dat hij zijn bedenkingen heeft gehad. Als je namelijk in staat bent, lichamelijk maar ook qua sociale omgeving, om zoiets als de sportchallenge te voltooien dan is dat een voorrecht. Verder vraagt hij zich af, als NOC*NSF vertegenwoordiger van de breedtesport, of de sportchallenge wellicht niet te uitdagend is en het grote publiek afschrikt. Bovendien is te weinig herstel niet goed voor een sporter (dat had iets te maken met stamcellen of zo). Tja daar sta je dan; ben de dolblij dat je de sportchallenge met succes hebt afgerond en staat Henk Gemser te vertellen dat het helemaal niet goed is. Gelukkig geeft hij een positieve draai aan het verhaal en met name de teamchallenge, waarbij je de challenge met 3 sporters aflegt, vindt hij een aantrekkelijke variant. In totaal mogen 13 pioneers een medaille en oorkonde in ontvangst nemen waarna het smullen is van het winterbuffet. Terugblikkend is het WTA een schitterend evenement in een mooie entourage met een uitstekende organisatie (in totaal zijn er honderden vrijwilligers in touw geweest).
Terug in Delft, als ik mijn droom al verwezenlijkt heb, zie ik vanaf de kant vele lopers voorbij komen die daar druk mee bezig zijn tijdens de Droomtijdloop. Zondag naar de foto's gekeken op internet, blijk ik als recreant tussen alle NK toppers te staan!: http://www.meijco.nl/wintertriathlon assen 2006.htm. De fotograaf heeft kennelijk een goed oog voor ‘jong aanstormend talent’ of ‘fraaie bochtentechniek’. De uitslagen doorkijkend blijken er in Delft uitstekende triathleten te wonen: Jorine Koopman eindigt op de 3e plaats bij de dames en Fokke Stoel wordt 8e bij de heren. De absolute top doet het binnen de 2,5 uur (33 min. lopen, 73 fietsen en 36 schaatsen plus 5 min. wissels). En dankzij de transponder kun je al je rondentijden bekijken tot op 1 duizendste seconde!
Voor degene die enthousiast zijn geworden: je kunt op elk moment beginnen aan de sportchallenge en er is de mogelijkheid voor kortere afstanden en/of om het als team te volbrengen (zie www.sportchallenge.nl).
Wim Bierbooms, groep 3