foto's
verhalen
Verhalen
 
9 april 2006 Sportchallenge 2: Rotterdam Marathon Wim Bierbooms
Na de alternatieve elfstedentocht is de Rotterdam marathon mijn 2e onderdeel van de sportchallenge. In 2002 liep ik mijn eerste marathon; onder de uitstekende begeleiding van Aad van Oosten had ik toen het marathonschema stipt opgevolgd. Ondanks/dankzij die goede voorbereiding had ik de laatste week, wanneer je nauwelijks nog traint, twijfels of ik wel genoeg had gedaan. Nu heb ik me nauwelijks voorbereid omdat ik pas op het allerlaatst besloten heb om mee te doen. Behalve 2 keer een halve, een (test) duurloop van 32 km en een trimloop van 15 km geen lopen langer dan 1 uur. Grappig genoeg nu helemaal geen last van twijfels.
Lange mouwen, lange broek
Vrijdagavond het startnummer opgehaald en weinig energie verspild aan de beurs. Er draaide wel een leuk filmpje van het parcours, maar ik heb het niet helemaal af gekeken omdat ik het te lang vond duren (~ 5 min.)!
Zondagochtend, lopend vanaf het station met vele andere lopers besef ik wat een luxe het is dat ik naar de Koploperssteunpunt achter het stadhuis kan om me om te kleden (met dank aan Ed, Martin, Wim, Ger, Wim en Rex). Enkele lopers staan op Hofplein (zo'n 1,5 uur voor de start!) al in korte broek/shirt vol in de wind. Bij de Koplopersplaats is het gezellig druk; de lekkergelopen shirts zien er fraai uit en zijn goed herkenbaar. Vanochtend nog op internet het weerbericht geraadpleegd; de één voorspelt een mooie dag (9oC) de andere 's middags regen. Ongeacht welke voorspelling ook, de eeuwige vraag blijft: wat trek ik aan? Ik ga voor een lange broek en shirt met lange mouwen. Ik loop nog een beetje in en ga om half elf richting startvak. Traditiegetrouw is Lee(n) weer van de partij. Ik wil de eerste 30 km voornamelijk op hartslag (onder de 135) gaan lopen, daarna zie ik het wel. In het begin is het vrij warm zodat ik m'n mouwen opstroop. Ik heb echter geen spijt van mijn kledingkeuze omdat er later nog stukken zijn met koude wind tegen.
Supporterskeuzeprobleem
Ook supporters moeten keuzes maken: op een centrale plaats gaan staan of meereizen met de lopers. Van mijn loopgroep kiest Hans voor de 1e optie: hij gaat op het eind van de Boezemstraat staan zodat hij de lopers zowel voor als na het rondje Kralingse Bos kan zien. Ik kan mijn jack meegeven met Hans. Als het mocht gaan regenen is het wel lekker als ik dat bij het Kralingse Bos kan aandoen. Hans neemt eerst nog een foto van de 5 leden van groep 3 die de marathon gaan lopen. Helaas komt er geen foto achteraf zodat we geen vergelijk kunnen maken van ‘voor’ en ‘na’ (Menno vindt dat waarschijnlijk niet zo erg). Nijs kiest voor de meereis optie. Via een uitgekiend metro schema staat hij in totaal op 7 locaties: Rijnhaven (3 km), Maashaven (5 km), Zuidplein (12 km), Slinge (15 km), Rijnhaven (26 km), Kralingse Zoom (35 km) en Blaak (41 km). Hij weet mij daarmee een paar keer aangenaam te verrassen; “verhip, daar staat hij weer, hoe flikt hij dat toch”.
Na de start kan ik erg snel in mijn eigen tempo lopen. Op maar een paar punten is het een beetje dringen, o.a. waar de linker en rechter stroom bij elkaar komen en bij enkele knikken in het parcours. Ik probeer zo ontspannen mogelijk te lopen en kijk veel om me heen. Dat is in schril contrast met het schaatsen op natuurijs waar het geboden is om constant tenminste 1 oog op het ijs te houden (met het oog op mogelijke scheuren). Ik was bang dat ik daar achteraf over zou dromen (een en al scheuren die je op gegeven moment niet meer kan ontwijken) maar dat viel gelukkig mee.
Na 10 km zie ik hem ineens lopen: Elvis, hij is niet dood, hij leeft!
Na 10 km zie ik hem ineens lopen: Elvis, hij is niet dood, hij leeft!
Vier jaar geleden heb ik wellicht iets te weinig water gedronken en te geconcentreerde sportdrank. Nu ga ik voor 2 bekertjes dorstlesser per drankpost. Als je dat al wandelend drinkt kost dat maar zo'n 20 seconden. Vooraf had ik geinformeerd wat er aanwezig zou zijn: Extran citrus. Hoogstverbaasd was ik dan ook dat ik na 5 km geen gele maar blauwe bekertjes zie staan. Uitgaande dat het geen Blue Curacao zal zijn giet ik het op goed geluk naar binnen; mijn maag protesteert gelukkig niet. Sponsor Extran vond het kennelijk wel een goed moment om tijdens de R'dam marathon een nieuwe smaak te introduceren (blackcurrant).
Soep
Na 32 km kom ik voorbij Hans. Tot nu toe gaat het gesmeerd, al begin ik mijn bovenbenen te voelen. Hij moedigt mij aan om te proberen Fred in te halen die iets voor ligt. Na wat rekenen denk ik dat een tijd onder de 4 uur nog mogelijk is en ik versnel wat. Na de gezellige drukte van de binnenstad is het nu ineens opmerkelijk rustig op de Bosdreef. Gelukkig is de ‘op en neer’ richting station Alexander er uitgehaald. In heb het niet zo op keerpunten, je zit dan continu te denken ‘wanneer mag ik nu omdraaien’. Bij het 35 km punt heb ik Fred te pakken en duikt Nijs wederom op uit het niets. Als ik me na de verzorgingspost weer op gang trek voelen mijn bovenbenen wel heel erg stijf en zwaar aan. Ik zet die 4 uur snel uit mijn hoofd; niet wandelen wordt nu het doel. Overigens niets van gemerkt dat het rondje nu (rechtsom) sneller zou moeten zijn dan vroeger (linksom). Op kilometer 38 lijkt het voor Hans een status quo: eerst de groep met de 4:00 pacers, dan Fred en dan ik. Hij moedigt mij wederom aan om Fred in te halen maar ik pas. Op zijn weblog uit hij zijn teleurstelling dat z'n loopmaatjes ‘slechts proberen de marathon uit te lopen’ in plaats van om voor een mooie tijd te gaan. Kortom hij had op meer bloed, zweet en tranen gehoopt. (Goedmakertje: na afloop bij de Koploperspost had ik hulp nodig om uit m'n stoel te komen.)
In die laatste, voor iedereen zware kilometers, is het stimulerend om zoveel koplopers in het publiek te zien die je aanmoedigen. Dit jaar ben ik er me van bewust dat ik onder de kubuswoningen doorloop en ik geniet van de laatste meters op de Coolsingel. Lee(n) bij de start, een handenschuddende burgemeester bij de finish. Ik zit er niet echt mee dat ik niet onder de 4 uur grens ben gedoken omdat ik dat in 2002 al heb gedaan. In oktober bij de wintertriatlon zou het wel ‘nogal vervelend’ zijn omdat vier uur de strikte tijdslimiet is (en omdat de wintertriatlon voor mij het laatste onderdeel van de sportchallenge is zou ik dan alles opnieuw mogen doen…).
Terug bij de Koplopers verzorgingspost krijg ik meteen een kop lekkere bouillon van Ed. Ik heb heel constant gelopen, maar 18 seconden verval in de 2e helft. Een drietal koplopers (te weten Matthijs, Theo en Jaap) weten zelfs een ‘negative split’ te realiseren (zie ook spreadsheet op de koplopers site). Als je ooit van plan bent om met een pacers team mee te lopen voor een speciale eindtijd, hou er dan rekening mee dat die doorgaans ook de 2e helft sneller lopen. Wijs geworden van mijn vorige marathon heb ik nu mijn fiets bij het station staan (hoewel ik maar een kilometer van het station woon).
Foto: Aad van Oosten
Foto: Aad van Oosten
Toptijd?
Maandag gebruik ik om de bovenbenen los te fietsen en woensdag lichtjes meegetraind met de groep. Hoewel ik nooit op zondag heb meegelopen krijg ik een origineel aandenken cadeau in de vorm van een placemat met alle ‘lekker gelopen’ lopers erop (bedankt Aad).
Terugblikkend is het relaxed geweest om zonder extra trainingsarbeid de marathon te lopen. Ik had altijd al het idee dat een loper van mijn niveau, die 2 à 3 keer in de week loopt en goed in vorm is, zonder specifieke marathon voorbereiding de marathon in 4 uur zou moeten kunnen lopen. Dat dat inderdaad zo is heb ik hierbij aangetoond. Wil dat nu ook zeggen dat een marathon voorbereiding onzinnig is? Nee, absoluut niet. Ik kon nu alleen gaan voor uitlopen en niet voor een mooie tijd, en dat laatste is toch de essentie van hardlopen. Om een toptijd neer te zetten (volgens sommige schema's zou ik onder de drie en half uur moeten kunnen finishen…) heb je weldegelijk al die duurlopen in het goede tempo nodig. En helaas is het ook zo dat de marathon geen garanties biedt; zelfs met perfecte voorbereiding blijft het afwachten of je op de dag zelf piekt of niet.
Afscheid Cor en olympisch goud
Het loopseizoen zit er voor mij doorgaans op na de groepskampioenschappen / klassencup; ik stap dan over op fietsen. Vantevoren nemen we als groep 3 afscheid van trainer Cor die er (even) mee stopt. Door omstandigheden wordt het geen echte surprise party (hoewel, voor Ria wel: komt Cor nu wel of niet), maar wel lekker druk (op de jaarlijkse etentjes na de hoogste opkomst). Cor heeft ons 3 jaar uitstekend bezig gehouden met afwisselende trainingen en loopscholings oefeningen waarmee Ankie direct weer Olympisch goud zou winnen (niet cynisch bedoelt hoor, Cor).
Snot
Eind april fiets ik weer het snot voor ogen op een van de hellinkjes in de duinen (tussen Katwijk en Scheveningen) tijdens mijn favoriete rondje. Onwezenlijk gevoel als ik in de afdaling besef dat het minder dan 3 weken geleden is dat ik de marathon heb gelopen.
Op naar Limburgs Mooiste (toerversie Amstel Gold Race).
Wim Bierbooms, groep 3